
Door Robert Manders – CEO / Founder
In de afgelopen jaren heb ik talloze ontwikkel- en industrialisatietrajecten van dichtbij meegemaakt. Wat mij daarbij steeds opnieuw opvalt, is dat de grootste risico’s zelden ontstaan door een gebrek aan technische kennis. Ze ontstaan juist op de raakvlakken en in de verbinding tussen disciplines.
De maakindustrie heeft de afgelopen decennia een indrukwekkende ontwikkeling doorgemaakt. Producten zijn intelligenter geworden, technologieën geavanceerder en specialisaties steeds dieper. Mechanica, software, elektronica, data, vision, AI, supply chain en productie zijn uitgegroeid tot vakgebieden op zichzelf.
Dat heeft ons veel gebracht.
Maar misschien ook iets gekost.
Want terwijl we steeds betere specialisten hebben opgeleid, lijkt de afstand tussen productontwikkeling en productie ongemerkt groter te zijn geworden. Vrijwel ieder hightech bedrijf kent de situatie. Een technisch sterk ontwerp doorstaat de ontwerpreviews, voldoet aan de specificaties en werkt tijdens de eerste validaties precies zoals bedoeld. Pas later ontstaat de confrontatie met de praktijk. Het product blijkt lastig reproduceerbaar, kost meer dan voorzien, vraagt om complexe assemblage, is moeilijk testbaar of blijkt onvoldoende schaalbaar voor serieproductie.
Niemand heeft iets fout gedaan.
En toch ontstaat er een probleem.
De oorzaak ligt vaak niet in de kwaliteit van het ontwerp, maar in het moment waarop bepaalde kennis aan tafel komt. Veel bedrijven praten over de brug tussen ontwikkeling en productie. In de praktijk blijkt die brug echter regelmatig meer op een ophaalbrug te lijken. De ontwikkelaars optimaliseren een technisch concept. Productie kijkt later hoe het gebouwd moet worden. NPI probeert vervolgens beide werelden met elkaar te verbinden. Het gevolg is dat belangrijke keuzes rondom maakbaarheid, kostprijs, supply chain, testbaarheid en schaalbaarheid pas ter discussie komen wanneer de architectuur al grotendeels vastligt.
Dat is niet vreemd. Het klassieke ontwikkelmodel is immers primair gericht op het realiseren van een technisch werkende oplossing. Maar een succesvol product is meer dan een werkend product.
Een succesvol product moet ook gebouwd kunnen worden. Getest kunnen worden. Onderhouden kunnen worden. Opgeschaald kunnen worden. En uiteindelijk geproduceerd en verkocht kunnen worden binnen de beoogde businesscase. Juist daar ontstaat een vakgebied dat opvallend weinig aandacht krijgt; het vakgebied tussen productontwikkeling en productie. Een domein zonder duidelijke grenzen. Een soort niemandsland tussen architectuur, engineering, industrialisatie, supply chain, kwaliteit en serieproductie.
Tegelijkertijd is dat precies de plek waar een groot deel van het uiteindelijke succes van een product wordt bepaald. Een groot deel van de uiteindelijke productiekosten wordt namelijk niet in de fabriek bepaald. Die wordt al vastgelegd op het moment dat de eerste ontwerpkeuzes worden gemaakt.
- Welke technologie wordt gekozen?
- Hoe modulair wordt het systeem opgebouwd?
- Welke toleranties zijn werkelijk nodig?
- Welke onderdelen worden ontwikkeld en welke worden ingekocht?
- Tegen welke kostprijs moet het systeem uiteindelijk geproduceerd kunnen worden?
- Hoe wordt straks getest?
- Hoe wordt straks geassembleerd?
- Hoe ziet de supply chain eruit?
- Hoeveel flexibiliteit blijft behouden voor toekomstige generaties?
Het zijn vragen die niet uitsluitend thuishoren bij een systeemarchitect, ontwerper of productie-engineer. Ze vragen om integraal denken. En juist dat integrale denken lijkt steeds schaarser te worden.
Veel professionals hebben een diepgaande expertise opgebouwd binnen één kant van het speelveld. Sommigen kennen productontwikkeling door en door. Anderen beschikken over jarenlange ervaring in productie, NPI of industrialisatie. Maar professionals die beide werelden werkelijk begrijpen, zijn zeldzaam. Mensen die niet alleen begrijpen hoe een systeem moet functioneren, maar ook hoe het gebouwd, getest, geïntegreerd, geleverd en opgeschaald gaat worden.
Mensen die de taal spreken van architecten én productie-engineers.
Van projectmanagers én supply chain specialisten. Van ontwikkelaars én eindgebruikers.
Dat zijn niet per definitie de mensen met de meeste jaren ervaring. En ook niet altijd de mensen met de meest indrukwekkende functietitels. Het zijn vaak de professionals die voortdurend verbanden leggen. Die verder kijken dan hun eigen discipline. Die begrijpen dat iedere ontwerpkeuze gevolgen heeft voor de rest van de keten. En die beseffen dat een technisch optimale oplossing niet automatisch de beste oplossing is wanneer de kostprijs, schaalbaarheid of businesscase daardoor onder druk komen te staan.
Bij MTA noemen we die manier van werken geen methode maar een filosofie.
Een overtuiging dat productontwikkeling en productieontwikkeling geen opeenvolgende activiteiten zouden moeten zijn, maar gelijkwaardig aan elkaar moeten optrekken vanaf de eerste dag.
Dat vraagt om samenwerking tussen disciplines die traditioneel niet altijd vanzelfsprekend samenwerken. Systeemarchitecten, projectmanagers, productontwikkelaars, production engineers, NPI-specialisten, supply chain professionals en productie-experts die gezamenlijk optrekken richting hetzelfde doel.
Niet het realiseren van een prototype.
Maar het realiseren van een succesvol product.
Dagelijks zie ik hoe professionals vanuit al deze disciplines bijdragen aan die verbinding. Niet omdat het in een procesbeschrijving staat, maar omdat zij begrijpen dat duurzame oplossingen ontstaan wanneer disciplines elkaar vroegtijdig opzoeken en bereid zijn elkaars werkelijkheid te begrijpen.
Misschien is dat uiteindelijk ook de essentie van onze Samenwinnen-cultuur. Niet dat iedereen hetzelfde doet. Maar dat iedereen begrijpt dat succes nooit eigendom is van één discipline.
De architect wint niet zonder productie.
Productie wint niet zonder ontwikkeling.
Supply chain wint niet zonder engineering.
En engineering wint niet zonder de klant.
Samen winnen betekent dat iedere schakel begrijpt welke bijdrage de andere schakel levert aan het eindresultaat. Misschien is dat ook de reden waarom de mensen die op dit snijvlak opereren zo moeilijk te vinden zijn. Ze passen zelden in een standaard functieprofiel. Ze zijn niet puur architect.
Niet puur ontwikkelaar.
Niet puur production engineer.
Niet puur projectmanager.
Ze bewegen zich ertussenin. Ze verbinden technologie met maakbaarheid.
Architectuur met industrialisatie.
Innovatie met realiseerbaarheid.
En ambitie met een gezonde businesscase.
Misschien wordt juist daar de komende jaren het verschil gemaakt.
Niet in verdere specialisatie. Maar in het vermogen om disciplines met elkaar te verbinden.
MTA Fit Scan
Misschien wordt juist daar de komende jaren het verschil gemaakt. Niet in verdere specialisatie. Maar in het vermogen om disciplines met elkaar te verbinden.
Regelmatig spreek ik mensen die zeggen: “Ik herken mezelf wel in deze manier van werken, maar ik weet eigenlijk niet of zo’n rol bij mij past.”
Die vraag bracht ons op een idee. Geen assessment en geen selectie-instrument, maar een laagdrempelige manier om die nieuwsgierigheid te beantwoorden. Daarom hebben we de MTA Fit Scan ontwikkeld. Als eerste stap. Want uiteindelijk zegt een goed gesprek nog altijd meer dan een cv of een functietitel.
